Aanvraag faillissement door pandhouder mogelijk?20 december 2016

Bedrijven lenen veelal geld bij een bank ter financiering van de onderneming. Als zekerheid voor de terugbetaling van de lening verstrekt de geldlener aan de geldgever (de bank) regelmatig een pandrecht op vorderingen die de geldlener heeft en verkrijgt op derden met wie hij zaken doet. Als de geldlener zijn verplichtingen jegens de bank (pandhouder) niet nakomt, dan kan de pandhouder de zekerheden gaan uitwinnen. Dit doet de pandhouder door het pandrecht openbaar te maken; hij deelt het pandrecht mee aan de derde die de geldlener geld verschuldigd is. Gevolg hiervan is dat deze derde nog slechts bevrijdend kan betalen aan de pandhouder (geldlener). Dit alles volgt uit artikel 3:246 BW.

Andere schuldeisersbevoegdheden (dan inning van de vordering) met betrekking tot de vordering blijven op grond van de wet bij de pandgever (geldlener) berusten. Uit de wetsgeschiedenis blijkt dat de wetgever daarbij heeft gedacht aan handelingen als het verlenen van kwijtschelding, het treffen van een afbetalingsregeling en het omzetten van de vordering tot nakoming in een tot schadevergoeding, alsmede de bevoegdheid tot ontbinding en beëindiging van de overeenkomst waaruit de vordering voortspruit.

Hoe zit het nu met de mogelijkheid van het aanvragen van het faillissement van de partij die de vordering onbetaald laat? Blijft de bevoegdheid tot het aanvragen bij de pandgever, of komt deze mogelijkheid ook toe aan de pandhouder?

De Hoge Raad heeft op 9 december 2016 (ECLI:NL:HR:2016:2833) geconcludeerd dat een pandhouder het faillissement van een schuldenaar van de verpande vordering mag aanvragen. De Hoge Raad stelt dat de bevoegdheid tot het aanvragen van het faillissement van de schuldenaar ook strekt tot verhaal van de vordering op diens vermogen. Een houder van een pandrecht op een vordering moet vanaf het moment dat dit pandrecht aan de schuldenaar is medegedeeld, daarom worden aangemerkt als schuldeiser in de zin van art. 1 lid 1 Fw. Gevolg hiervan is dat de pandgever op grond van artikel 3:246 lid 4 BW de bevoegdheid tot het aanvragen van het faillissement van de schuldenaar vanaf bedoelde mededeling slechts kan uitoefenen, indien hij daartoe toestemming van de pandhouder of machtiging van de kantonrechter heeft verkregen.

Deel deze pagina:

Contactpersoon