Aanvullingswet grondeigendom wordt aangepast na internetconsultatie27 januari 2017

De overheid is druk doende om alle regels voor ruimtelijke projecten te bundelen in de Omgevingswet. Ook de Onteigeningswet zal opgaan in de Omgevingswet. Op 1 juli 2016 is het daarvoor bedoelde wetsvoorstel Aanvullingswet grondeigendom in consultatie gegaan. In de ingediende reacties zijn zorgen geuit over de rechtsbescherming van de eigenaar en andere rechthebbenden. Ook Geelkerken Linskens heeft in het kader van de consultatieronde op het wetsvoorstel gereageerd. Zie voor de volledige reactie mijn eerdere nieuwsbericht.

Verslechtering rechtsbescherming

Wij hebben er in onze reactie op gewezen dat voorgestelde regeling leidt tot een verslechtering van de rechtsbescherming van de eigenaar ten opzichte van de huidige regeling. In het huidige systeem wordt de onteigening namelijk uitgesproken door de civiele rechter, terwijl het wetsvoorstel niet voorziet in een verplichte rechterlijke tussenkomst. In de voorgestelde regeling kan de onteigenende partij zelf het besluit tot onteigening nemen, en kan de eigenaar binnen zes weken beroep instellen tegen deze beslissing bij de bestuursrechter. Het initiatief om de rechter in te schakelen komt dan dus bij de eigenaar te liggen. Als de eigenaar niet tijdig beroep instelt is zijn beurt voorbij en kan hij de onteigening niet meer tegenhouden. Dit is met name een groot bezwaar in het geval waarin de eigenaar niet op de hoogte is van de  onteigeningsbeslissing, bijvoorbeeld doordat hij in het ziekenhuis ligt of in het buitenland verblijft. Onder de vigeur van de Algemene wet bestuursrecht vormen dit soort omstandigheden namelijk niet snel een reden om aan te nemen dat er sprake is van verschoonbare termijnoverschrijding. Op dit punt zou de rechtsbescherming van de grondeigenaar dus slechter worden.

Reactie minister: bestuursrechter bij elke onteigening betrokken

In reactie op de internetconsultatie heeft de minister bij brief van 20 januari 2017 aan de Tweede Kamer aangekondigd de voorgestelde onteigeningsprocedure aan te passen. De minister is voornemens om de voorgestelde onteigeningsprocedure zo te versterken dat de bestuursrechter bij elke onteigening betrokken zal zijn. Het initiatief om de bestuursrechter in te schakelen komt daarmee weer bij de onteigenende partij te liggen.

Op welke wijze de bestuursrechter bij de procedure betrokken zal worden wordt nog niet duidelijk uit de kamerbrief. De komende periode zal door de minister worden benut om het wetsvoorstel verder uit te werken aan de hand van de eerder ontvangen reacties en adviezen. Het is in ieder geval goed om te zien dat de minister zich de geuite bezwaren heeft aangetrokken en dat in de wet geregeld zal worden dat het onteigeningsbesluit altijd door een rechter getoetst zal moeten worden.

Heeft u vragen over onteigening of wordt u er zelf mee geconfronteerd? Neem dan vooral contact met mij op. Ik sta u graag te woord.

Deel deze pagina:

Contactpersoon