De aanmaningsbrief aangemaand!1 februari 2017

Iedereen ontvangt wel eens een rekening die hij vergeet te betalen. U bent bij de tandarts geweest en de kosten vallen niet geheel onder uw zorgverzekering. Weken nadat u bij de tandarts bent geweest, valt een rekening bij u op de deurmat. De brief raakt uit het zicht en u vergeet te betalen. Vervolgens krijgt u een herinnering, een aanmaning, met daarbij het bericht dat als u niet op tijd betaalt u ook nog de incassokosten moet betalen. Maar ook zo'n brief moet wel voldoen aan de spelregels.

Een aanmaningsbrief gericht aan een consument moet voldoen aan een aantal vereisten, voordat aanspraak gemaakt kan worden op buitengerechtelijke incassokosten. Onlangs heeft de Hoge Raad, ons hoogste rechtscollege, een uitspraak gedaan over de veertiendagentermijn die opgenomen moet zijn in zo'n brief.

Per 1 juli 2012 is in de wet en in het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten bepaald dat de buitengerechtelijke incassokosten worden berekend aan de hand van de forfaitaire berekeningsmethodiek. Afhankelijk van de hoogte van de schuld kan een bepaald bedrag bovenop de schuld bij u in rekening worden gebracht. Niet leuk dus.

Om aanspraak te maken op de buitengerechtelijke incassokosten is de schuldeiser verplicht om aan degene die de schuld moet betalen een laatste aanmaning te sturen: "de veertiendagenbrief". De schuldenaar moet binnen deze laatste betalingstermijn van veertien dagen de schuld betalen en anders moet hij incassokosten betalen. Deze veertiendagentermijn is dus een fatale termijn. Maar wanneer begint deze termijn te lopen? En wie moet bewijzen dat de brief op tijd is verstuurd? En wat als niet voldaan wordt aan de juiste termijn? Hierover zijn onlangs vragen gesteld aan de hoogste rechter.

De Hoge Raad heeft onder meer aangegeven dat de termijn van veertien dagen pas begint te lopen op het moment van ontvangst van de aanmaning oftewel de dag dat de post bij u thuis bezorgd wordt. De dag van verzending telt dus niet mee. Een schuldenaar moet namelijk een volle termijn van veertien dagen tot zijn beschikking hebben om te betalen. Als ervaringsregel geeft de Hoge Raad mee dat de brief op de tweede dag na verzending is bezorgd, waarbij de zondag, de maandag of officiële feestdag niet meetelt.

Hoe zet u nou zo'n veertiendagentermijn duidelijk in uw brief? Zinnen als "binnen veertien dagen na verzending van de brief" en "binnen veertien dagen na heden" zijn dus niet voldoende en leiden niet tot het kunnen claimen van incassokosten. Deze omschrijving geeft namelijk niet duidelijk aan dat de schuldenaar veertien dagen de tijd heeft om te betalen. Een juiste formulering zal zijn: "binnen veertien dagen nadat deze brief bij u is bezorgd."

Kortom, de veertiendagentermijn moet goed in de brief staan wil de schuldeiser incassokosten kunnen claimen. Betaalt de schuldenaar alsnog de schuld, maar staat in de brief een te korte of onduidelijke termijn, dan heeft de schuldeiser pech en geen aanspraak op incassokosten. Het is geen hogere wiskunde, maar de termijn begint pas te lopen de dag na de dag van verzending. Leuker kunnen we het niet maken.

Wilt u meer weten, neem dan gerust contact met mij op.

(Dit artikel is gepubliceerd als bijdrage aan diverse lokale nieuwsbladen)

Deel deze pagina:

Contactpersoon