Vergunning vrijwaart niet tegen een vordering wegens onrechtmatige hinder6 februari 2017

Het hebben van een onherroepelijke Omgevingsvergunning betekent niet automatisch dat de realisatie van een bouwplan een gelopen race is. Op het moment dat het bouwwerk onrechtmatige hinder veroorzaakt, kan dat ertoe leiden dat het bouwwerk weer moet worden afgebroken. Dus ook een met vergunning gerealiseerd gebouw kan maar zo weer worden afgebroken. Het gebeurt niet snel dat het civiele recht het bestuursrecht frustreert, … maar het kan wel!

Toetsingskader

Het volgende toetsingskader wordt daarbij in rechtspraak gehanteerd: de vraag of en in hoeverre een door de overheid verstrekte vergunning invloed heeft op de beoordeling van de aansprakelijkheid uit onrechtmatige daad van degene die overeenkomstig de hem verstrekte vergunning handelt, doch daarbij schade of hinder toebrengt aan derden, hangt af van de aard van de vergunning en het belang dat wordt nagestreefd met de regeling waarop de vergunning berust, zulks in verband met de omstandigheden van het geval.

Burenrecht

De regels uit het Burenrecht kunnen dus de tenuitvoerlegging van een (onherroepelijke) Omgevingsvergunning frustreren. Ingevolge artikel 5:37 BW mag een eigenaar van een erf niet aan de eigenaar van een ander erf hinder toebrengen op een wijze die volgens artikel 6:162 BW onrechtmatig is, zoals door het onthouden van licht en lucht of door het veroorzaken van overlast. Met het arrest van de Hoge Raad in de zaak Ludlage/Van Paradijs van 21 oktober 2005 heeft de Hoge Raad voor het eerst duidelijkheid gecreëerd over de werking en reikwijdte van artikel 5:37 BW. De essentie in dat arrest is of de belangen van omwonenden onderwerp waren van de voorschriften die in acht genomen moesten worden bij de regelgeving en afgifte van de vergunning. Onder meer moet dan gekeken worden wat hierover geregeld is in het bestemmingsplan.

Vergaande consequenties

Het moeten afbreken van een bouwwerk is een zeer vergaande uitspraak van de rechter, welke voor de vergunninghouder relevante financiële gevolgen met zich brengt. Eind vorig jaar heeft de rechtbank Noord-Holland geoordeeld dat een vergunninghouder die overgegaan was tot het realiseren van een studentenflat in Groningen gehouden is tot afbraak van het bouwwerk, omdat met het bouwwerk onrechtmatige hinder wordt gecreëerd voor enkele omwonenden. De vergunninghouder had een vergunning gekregen van de gemeente om op een binnenterrein van een gesloten bouwblok een 11 meter hoge studentenflat te bouwen. Hierbij werden op een voormalig garage de nodige verdiepingen gebouwd. Een aantal omwonenden waren niet blij met deze ontwikkeling en stapte naar de rechter. De bewoners zouden namelijk beperking/verlies van licht en uitzicht en overlast van de huurders van het complex ervaren.

Opmerkelijk is dat de rechtbank in de uitspraak zelfs een foto heeft opgenomen van het bouwwerk en dat wil ik u natuurlijk niet onthouden:

2017 02 06 Bij Nieuwsbericht Ld

Wordt vervolgd…

De rechtbank heeft de situatie ter plaatse bekeken en geconstateerd dat ten aanzien van enkele bewoners inderdaad sprake is van onrechtmatige hinder. De vordering tot afbraak van de opbouw op de garage wordt dan ook toegewezen! Dit is een uitzonderlijke en verstrekkende uitspraak van de rechtbank en de rechtbank realiseert zich dat ook terdege, zodat zij er niet toe is overgegaan de uitspraak uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. Dit betekent dat het haast wel zeker is dat de kwestie voorgelegd zal worden in hoger beroep aan het gerechtshof. Met deze procesgang is al gauw een jaar gemoeid, zodat ik verwacht volgend jaar het arrest van het hof te kunnen bespreken.

Deel deze pagina:

Contactpersoon