Ambtenarenrecht: vrijheid van meningsuiting21 februari 2017

Ambtenaren hebben net zoals ieder ander vrijheid van meningsuiting. Een verschil met 'gewone' burgers, is dat die vrijheid op grond van artikel 125a Ambtenarenwet wel enigszins aan grenzen is gebonden. De Centrale Raad van Beroep heeft hierover op 19 januari 2017 een opvallende uitspraak gedaan.

Juridisch kader

Op grond van artikel 125a Ambtenarenwet dient de ambtenaar zich te onthouden van het openbaren van gedachten of gevoelens of van de uitoefening van het recht tot vereniging, tot vergadering en tot betoging, indien door de uitoefening van die rechten de goede vervulling van zijn functie of de goede functionering van de openbare dienst - voor zover deze in verband staat met zijn functievervulling - niet in redelijkheid zou zijn verzekerd. Gaat een ambtenaar over de schreef? Dan kan hiervoor alleen een disciplinaire straf opgelegd worden als eerst advies is ingewonnen bij de Adviescommissie grondrechten en functie-uitoefening (Agfa), aldus artikel 82a ARAR. Dit is een extra beschermingsbepaling voor de ambtenaar, zodat niet lichtvaardig inbreuk kan worden gemaakt op de vrijheid van meningsuiting van de ambtenaar. In de uitspraak van 19 januari 2017 heeft de Centrale Raad van Beroep het belang van voornoemde bepaling onderstreept.

Casus

In de onderhavige zaak had een ambtenaar, werkzaam bij de Belastingdienst, op 25 april 2014 een e-mail gestuurd aan zijn collega's (waaronder de directie en huidige en oud-teamleden). In deze e-mail stak hij zijn ongezouten mening over het reilen en zeilen binnen de Belastingdienst naar aanleiding van een lopend fraudeonderzoek van de FIOD niet bepaald onder stoelen of banken. De betreffende ambtenaar weigerde vervolgens een dienstopdracht waarin hem was opgedragen om diezelfde dag nog te verschijnen op een gesprek met directie en teamleider over de verzonden e-mail.    Naar aanleiding van het voorgaande, heeft de staatssecretaris bij besluit van 27 oktober 2014 (gehandhaafd in bezwaar bij besluit van 18 juni 2015) de ambtenaar de disciplinaire straf van verplaatsing naar het Landelijk Incasso Centrum te Groningen opgelegd, zonder tegemoetkoming in de verplaatsingskosten en met onmiddellijke ingang. Aan de disciplinaire straf is ten grondslag gelegd dat de ambtenaar zich niet heeft gedragen zoals een goed ambtenaar in gelijke omstandigheden behoort na te laten of te doen (plichtsverzuim). Aangegeven is onder andere dat de ambtenaar door het verzenden van de e-mail onrust heeft veroorzaakt onder de ontvangers en bovendien het risico heeft genomen om het lopende onderzoek van de FIOD te beïnvloeden.

In beroep wordt door de ambtenaar aangevoerd dat de staatssecretaris ten onrechte geen advies heeft ingewonnen bij het Agfa en dat daarom het besluit moet worden vernietigd. De staatsecretaris had dit wel moeten doen, nu de ambtenaar in de betreffende e-mail de gedachten en gevoelens openbaart.  De rechtbank gaat hierin niet mee en acht het beroep ongegrond.

Centrale Raad van Beroep

De Centrale Raad van Beroep denkt hier in hoger beroep anders over. Volgens de Centrale Raad van Beroep raakt de gedraging van verzending van de e-mail van 25 april 2014 wel degelijk de vrijheid van meningsuiting en de Centrale Raad overweegt in dat kader het volgende:

"Alvorens tot bestraffing wegens die overtreding van artikel 125a, eerste lid, van de AW over te gaan, had de staatssecretaris, gelet op de dwingende formulering van artikel 82a van het ARAR, advies dienen in te winnen bij de Agfa. Blijkens de totstandkomingsgeschiedenis van dit artikel beoogt het bijzondere bescherming te bieden in het kader van beperking van het grondrecht van vrijheid van meningsuiting van ambtenaren, opdat door het bevoegd gezag niet lichtvaardig tot het maken van een inbreuk op de vrijheid van meningsuiting wordt overgegaan.

Nu de Agfa niet vooraf is ingeschakeld door de staatssecretaris, was de staatssecretaris niet bevoegd voor de verzending van de e-mail een straf op te leggen. Het geen gevolg geven aan de dienstopdracht hangt nauw samen met die verzending. Op zichzelf beschouwd levert deze laatste gedraging weliswaar plichtsverzuim op ten aanzien waarvan een bevoegdheid tot bestraffing bestond, maar deze gedraging kan naar het oordeel van de Raad niet de mede op de e-mail gebaseerde straf dragen van verplaatsing zonder tegemoetkoming in de verplaatsingskosten."

De Centrale Raad van Beroep vernietigt de uitspraak van de rechtbank. Daarnaast voorziet de Centrale Raad van Beroep zelf in de zaak door het bestreden besluit te vernietigen en het besluit van 27 oktober 2014 te herroepen, waarbij wordt aangegeven dat het aan de staatssecretaris is om zich te beraden over de vraag of hij nog een bestraffingstraject met inachtneming van artikel 82a van het ARAR wil ingaan.

Concluderend

Uit bovengenoemde uitspraak blijkt dat het inwinnen van advies bij de Afga niet zomaar kan worden overgeslagen en in de praktijk wel degelijk betekenis heeft. Let dus goed bij het opleggen van disciplinaire straffen vanwege bepaalde uitlatingen van de ambtenaar.

Heeft u vragen over bovengenoemde uitspraak? Of heeft u een andere vraag over het ambtenarenrecht? Neem gerust (vrijblijvend) contact op met mij of een van onze andere specialisten op het praktijkgebied 'Werk'!

Deel deze pagina:

Contactpersoon