Redelijke termijn in bestuursrecht3 maart 2017

Wat is de duur van de redelijk termijn, hoe hoog bedraagt de schadevergoeding bij overschrijding daarvan en wie gaat dat betalen? U leest het in dit artikel.

Grondslag redelijke termijn

Artikel 6 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (het EVRM) en het daaraan ten grondslag liggende rechtszekerheidsbeginsel vereisen een beslechting van een geschil door de rechter binnen een redelijke termijn.

Duur redelijke termijn (bezwaar, beroep, hoger beroep)

Uitgangspunt is dat de redelijke termijn, voor de afdoening van bestuursrechtelijke geschillen die bestaan uit een bezwaarprocedure en twee gerechtelijke instanties, vier jaar bedraagt. De bezwaarfase mag maximaal een half jaar duren, de beroepsfase bij de rechtbank maximaal anderhalf jaar en de hoger beroepsfase maximaal twee jaar. De redelijke termijn vangt aan op het moment dat het bestuursorgaan het bezwaarschrift ontvangt. Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 29 januari 2014 (ECLI:NL:RVS:2014:188). Met deze uitspraak wordt aangesloten bij de rechtspraak van de Centrale Raad van Beroep en de Hoge Raad.

Overschrijding gerechtvaardigd

Ingewikkeldheid van de zaak, de wijze waarop het bestuursorgaan en de rechter de zaak hebben behandeld en het processuele gedrag van bezwaarmaker zijn omstandigheden die ervoor kunnen zorgen dat overschrijding van de redelijke termijn is gerechtvaardigd.

Schadevergoeding

Als de redelijke termijn is overschreden bestaat recht op schadevergoeding ter hoogte van € 500,- per half jaar dat de redelijke termijn is overschreden. Voor het deel van de overschrijding dat kan worden toegerekend aan het bestuursorgaan, dient het bestuursorgaan de schadevergoeding te betalen. Voor het deel van de overschrijding dat is veroorzaakt door de rechtbank en/of de Afdeling, dient de Staat der Nederlanden (de Minister van Veiligheid van Justitie) de schadevergoeding te betalen.

Duur redelijke termijn (zienswijze, beroep)

Bij uitspraak van 1 februari 2017 (ECLI:NL:RVS:2017:246) heeft de Afdeling overwogen dat de duur van de redelijke termijn in geschillen in één instantie twee jaar bedraagt. Bijvoorbeeld bij bestemmingsplanprocedures, waarbij tegen het ontwerpbestemmingsplan een zienswijze kan worden ingediend en tegen het besluit tot vaststellen van het bestemmingsplan rechtstreeks beroep bij de Afdeling openstaat. De redelijke termijn begint in dat geval pas te lopen vanaf het moment dat beroep is ingesteld.

Bestuurlijke lus

In deze uitspraak van 1 februari 2017 is de Afdeling voorts ingegaan op de toerekening van de overschrijding van de redelijke termijn, indien de bestuurlijke lus wordt toegepast. Met de bestuurlijke lus wordt het bestuursorgaan in een tussenuitspraak in de gelegenheid gesteld geconstateerde gebreken in een besluit te herstellen. Gelet hierop, is de Afdeling van oordeel dat het overschrijden van de redelijke termijn als gevolg hiervan volledig aan het bestuursorgaan is toe te rekenen. Dit is slechts anders wanneer de Afdeling niet binnen één jaar uitspraak doet nadat het bestuursorgaan heeft meegedeeld op welke wijze de gebreken zijn hersteld, met dien verstande dat binnen twee jaar tussenuitspraak is gedaan.

Ook derde-belanghebbende

Voorts heeft de Afdeling in de uitspraak van 1 februari 2017 bepaald dat ook derde-belanghebbenden een verzoek om schadevergoeding op grond van overschrijding van de redelijke termijn kunnen doen.

Hiermee is een beknopt overzicht van de redelijke termijn in het bestuursrecht gegeven. Heeft u vragen over dit onderwerp? Neem vrijblijvend contact met ons op.

Deel deze pagina:

Contactpersoon