Herformulering eisen invorderingsbesluiten16 juni 2017

Op 3 mei 2017 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State een uitspraak gedaan (ECLI:NL:RVS:2017:1179) waarin zij de eisen, die worden gesteld aan de totstandkoming van een invorderingsbesluit, opnieuw heeft geformuleerd. Dit artikel werpt een blik op de voorheen geldende eisen, en geeft een uiteenzetting van de eisen zoals die thans door de Afdeling worden geformuleerd.

Het is vaste rechtspraak van de Afdeling dat aan een invorderingsbesluit een deugdelijke en controleerbare vaststelling van relevante feiten en omstandigheden ten grondslag dient te liggen. In onder meer een uitspraak van 13 juni 2012 (ECLI:NL:RVS:2012:BW8183) formuleerde de Afdeling een aantal minimumeisen waaraan dient te worden voldaan. Zo behoren de relevante feiten en omstandigheden, die ten grondslag liggen aan een invorderingsbesluit, te worden waargenomen door een ter zake deskundige medewerker van het bevoegd gezag. De bevindingen dienen vervolgens op schrift te worden gesteld, voorzien van de plaats, het tijdstip en de datum van de waarneming. Daarenboven dient het geschrift een inzichtelijke beschrijving van de gehanteerde werkwijze te bevatten, evenals een inzichtelijke beschrijving van hetgeen is waargenomen. Ten slotte moet het betreffende geschrift worden ondertekend door de opsteller, vergezeld van een dagtekening.

In latere uitspraken laat de Afdeling ruimte open om gebreken in het geschrift dat ten grondslag ligt aan het invorderingsbesluit te passeren. Zo kan naar het oordeel van de Afdeling ander bewijsmateriaal dat onomstotelijk aantoont dat niet aan de last was voldaan, zoals foto's, een afdoende grond vormen voor een invorderingsbesluit. Deze nuancering roept vragen op over de eerder genoemde eisen, en heeft de Afdeling er - onder andere - toe aangezet om in de uitspraak van 3 mei 2017 de eisen te herformuleren.

De eis, dat een deskundige medewerker van het bevoegd gezag de feiten en omstandigheden moet vaststellen of waarnemen, blijft onder de nieuwe rechtspraak gehandhaafd. De Afdeling vergroot echter de reikwijdte van deze eis door te stellen dat feiten en omstandigheden eveneens kunnen worden vastgesteld door een ter zake deskundige persoon in opdracht van het bevoegd gezag, of een door een ter zake deskundige persoon wiens bevindingen het bevoegd gezag voor zijn rekening heeft genomen. De Afdeling stelt vervolgens dat waarnemingen op een duidelijke wijze dienen te worden vastgelegd. Hierbij schept de Afdeling de mogelijkheid om ook zonder een geschrift feiten en omstandigheden vast te leggen. Dit is onder meer mogelijk met bewijsmateriaal zoals foto's. In ieder geval behoort duidelijk te zijn waar, wanneer, door wie en met welke gehanteerde werkwijze de feiten en omstandigheden zijn vastgesteld of waargenomen. Mocht gekozen worden om bevindingen in een geschrift vast te leggen, dan blijven de oude eisen van toepassing. Het geschrift behoort namelijk een inzichtelijke beschrijving te bevatten van hetgeen is vastgesteld of waargenomen. Tevens dient het geschrift door de opsteller te worden ondertekend en te worden voorzien van een dagtekening.

Heeft u vragen over dit onderwerp? Neem vrijblijvend contact met ons op.

Jos Pfeifer en Coline Norde.

Deel deze pagina:

Contactpersoon