Herzieningsverzoek indienen? Beter te vroeg dan te laat!17 juli 2017

Bent u bekend met nieuwe feiten of omstandigheden die een nieuw licht werpen op een eerder gedane rechterlijke uitspraak? Zouden deze feiten en omstandigheden met de kennis van nu tot een andere uitspraak moeten leiden? In dat geval kunt u de bestuursrechter verzoeken om de betreffende uitspraak te herzien. Een zogenoemd herzieningsverzoek mag volgens de hoogste bestuursrechter (Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, hierna: de Afdeling) echter niet "onredelijk laat" worden ingediend. Mocht u onredelijk laat zijn, dan zal de bestuursrechter uw herzieningsverzoek niet inhoudelijk behandelen. Dat wilt u natuurlijk voorkomen. Maar wat houdt dat in, "onredelijk laat" zijn? In dit artikel geven wij een antwoord op die vraag.

Verzoek om herziening

Om een herzieningsverzoek in te kunnen dienen moet, op grond van artikel 8:119, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, worden voldaan aan een drietal voorwaarden. Ten eerste moeten de feiten en omstandigheden, die aanleiding vormen om de uitspraak te herzien, hebben plaatsgevonden na de onherroepelijk geworden uitspraak. Ten tweede mag de indiener van een herzieningsverzoek niet vóór de uitspraak op de hoogte zijn geweest van deze feiten en omstandigheden. In dat verband is ook van belang of de indiener redelijkerwijs met deze feiten en omstandigheden bekend kon zijn. Tot slot dient de mogelijkheid te bestaan dat de feiten en omstandigheden, indien deze bekend waren geweest bij de bestuursrechter, zouden hebben geleid tot een andere uitspraak.

Onredelijk laat

De wetgever heeft aan het indienen van een herzieningsverzoek geen termijn verbonden. Toch heeft de Afdeling een termijn gesteld waarbinnen een herzieningsverzoek mag worden ingediend. Die termijn bedraagt één jaar en begint te lopen vanaf het moment dat de indiener bekend is geworden met de nieuwe feiten en omstandigheden. Wordt het herzieningsverzoek buiten de termijn van één jaar ingediend? Dan is het verzoek naar het oordeel van de Afdeling "onredelijk laat" ingediend en volgt niet-ontvankelijkheid.

In uitzonderingsgevallen kan het hanteren van een termijn van één jaar in het kader van de rechtszekerheid tot onaanvaardbare situaties leiden. Daar kan sprake van zijn in geschillen met meerdere partijen, of in het geval van een uitspraak waarbij een besluit in stand is gelaten waarin voor bepaalde activiteiten toestemming is verleend. In dergelijke gevallen geldt een termijn van drie maal zes weken. In een recente uitspraak van de Afdeling deed zich zo'n uitzonderingsgeval voor. De Afdeling was van oordeel dat de rechtszekerheid van de partij die toestemming had gekregen om te ontgronden in een ontgrondingsgebied zwaarder woog dan het toepassen van de termijn van één jaar. Vervolgens werd een termijn van drie maal zes weken toegepast. Het indieningsverzoek werd niet binnen die termijn ingediend, waardoor het verzoek onredelijk laat was ingediend. De Afdeling ging om die reden niet over tot een inhoudelijke behandeling van het indieningsverzoek.

Vragen?

Twijfelt u over de termijn waarbinnen u een herzieningsverzoek kan indienen of heeft u andere vragen over het indienen van een herzieningsverzoek? Neem dan vrijblijvend contact met ons op.

Coline Norde en Jos Pfeifer

Deel deze pagina:

Contactpersoon