Verwijderen opgeslagen goederen na faillissement18 augustus 2017

Vraag

Moet een curator de door failliet bij een derde, niet eigenaar van het terrein, opgeslagen goederen verwijderen bij opzegging van de overeenkomst tot opslag? Deze vraag werd uiteindelijk voorgelegd aan de Hoge Raad (HR 31 maart 2017, ECLI:NL:HR:2017:563).

Casus

Een partij exploiteerde een opslaglocatie voor afvalstoffen op een terrein dat in eigendom is bij de provincie Limburg. Failliet had voorafgaand aan haar faillissement afvalstoffen laten opslaan bij exploitant. Nadat het faillissement was uitgesproken hadden de curatoren aan de exploitant van het terrein laten weten dat zij de overeenkomsten op basis waarvan de afvalstoffen waren opgeslagen niet langer gestand zouden doen, een en ander met een beroep op artikel 37 Fw. De exploitant heeft daarop de overeenkomsten (gedeeltelijk) ontbonden.

Procedures

Omdat de curatoren niet wilden meewerken aan het verwijderen van de afvalstoffen is de exploitant een kort geding procedure gestart. Daarin vorderde de exploitant dat de curatoren zouden worden veroordeeld om de afvalstoffen, welke een negatieve waarde vertegenwoordigden, van haar terrein te verwijderen. Hierbij stelde de exploitant dat de curatoren inbreuk maakten op haar exclusieve gebruiksrecht, en daarmee in hun hoedanigheid onrechtmatig handelden, door de afvalstoffen niet te verwijderen. De curatoren brachten hiertegen naar voren dat de vordering van eiseres geen boedelvordering, maar op grond van artikel 37 Fw een concurrente vordering was, die ter verificatie kon worden ingediend in het faillissement. De voorzieningenrechter wees de vordering van de exploitant toe.

In hoger beroep oordeelde het gerechtshof dat slechts de (gewezen) verhuurder die eigenaar is van het gehuurde, kan verlangen dat de curator de tot de boedel behorende zaken uit het gehuurde verwijdert. Nu eiseres geen verhuurder was en ook geen eigenaar van het terrein, kon zij volgens het gerechtshof geen verwijdering van de tot de boedel behorende afvalstoffen van de curatoren verlangen. Tegen deze uitspraak gaat de exploitant in cassatie.

Hoge Raad

Onder verwijzing naar de Parlementaire Geschiedenis en zijn arrest van 24 januari 1992 (NJ 1992, 280) overwoog de Hoge Raad in de cassatie procedure als volgt: “Indien de wederpartij van de failliet, zoals in het onderhavige geval, geen eigenaar is van het gebouw waarin of van het terrein waarop zich na ontbinding van de overeenkomst nog tot de boedel behorende zaken bevinden, maar zij daarvan wel een exclusief gebruiksrecht heeft, ontleent zij aan dat gebruiksrecht in beginsel evenzeer het recht om van de curator verwijdering van die zaken te verlangen. Een exclusief gebruiksrecht omvat immers doorgaans mede de bevoegdheid zich te verzetten tegen een storing in het genot van de zaak waarop het gebruiksrecht betrekking heeft. De curator is dan ook gehouden de desbetreffende zaken te verwijderen, tenzij hij stelt en bij tegenspraak bewijst dat de wederpartij daarop uit hoofde van haar rechtsverhouding met de eigenaar van het gebouw of terrein geen aanspraak kan maken.”

Conclusie

Oók de gebruiksgerechtigde niet-eigenaar van een perceel waarop zich tot de boedel behorende zaken bevinden/zijn opgeslagen, kan dus in beginsel verwijdering van die zaken verlangen van de curator.

Deel deze pagina:

Contactpersoon