De abstracte berekening van directe planschade door waardevermindering6 oktober 2017

Uit een recente uitspraak van de meervoudige kamer van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (ECLI:NL:RVS:2017:2598), volgt dat vermogensschade die een benadeelde lijdt als gevolg van een publiekrechtelijk planologisch besluit dat betrekking heeft op een bij de benadeelde in eigendom verblijvend perceel, voor volledige vergoeding in aanmerking kan komen.

In de Wet ruimtelijke ordening (Wro) is het beginsel verankerd dat planschade voor eigen rekening van de benadeelde blijft voor zover de schade onder zijn/haar normaal maatschappelijk risico valt. Voor het geval de planschade wordt geleden in de vorm van waardevermindering van onroerend goed als gevolg van een planologische wijziging die betrekking heeft op een nabijgelegen locatie, volgt uit artikel 6.2 lid 2 Wro dat het normaal maatschappelijk risico wordt gesteld op in elk geval 2% van de waarde van het onroerend goed daags voor de planologische wijziging.

Die wettelijke aftrek van (tenminste) 2% is echter niet van toepassing indien de planschade wordt geleden als gevolg van een planologische wijziging die betrekking heeft op een perceel grond dat in eigendom is van de benadeelde zelf. De Afdeling overweegt dat in zo een geval aanspraak kan bestaan op een volledige vergoeding, dus zonder aftrek, indien de ontwikkeling naar zijn aard een ingrijpende gebruiksbeperking oplevert.

De Afdeling doet de zaak direct af door te bepalen dat de benadeelde aanspraak heeft op de volledige vergoeding van de schade zoals deze was vastgesteld, dus zonder aftrek.

Op deze website verwees ik eerder naar een relevante overzichtsuitspraak van de Afdeling. Heeft u vragen over planschade, neem dan gerust contact op.

Deel deze pagina:

Contactpersoon