Dat zullen we moeten Haviltexen…16 januari 2018

Hebt u wel eens van Haviltex gehoord? Grote kans van niet. Het woord “Haviltex” bestaat al sinds 1981 binnen het land van juristen. Het is een gevleugeld begrip geworden. Voor mij zo vanzelfsprekend, maar voor het merendeel van de mensen in mijn omgeving volstrekt onbekend.

Ik moest aan dit woord denken toen eind december het Van Dale Woord van het Jaar 2017 bekend werd gemaakt. Het officiële Van Dale Woord van het Jaar 2017 is “appongeluk” geworden. Dit woord won de strijd van “friponilei” en “regenboogtaal”. En weet u nog dat het woord van 2016 “treitervlogger” was? Ik ben benieuwd of deze woorden over dertig jaar nog zo baanbrekend  en bekend zijn als het woord “Haviltex”, terwijl Haviltex – voor zover ik weet – nooit heeft mogen meedoen in de competitie van het Van Dale Woord van het Jaar.

Wie of wat is nu “Haviltex”?

Haviltex is de populaire naam van het arrest van de Hoge Raad van 13 maart 1981. Het betrof een geschil tussen partijen Ermes en Haviltex. Deze uitspraak van Nederlands hoogste rechter is baanbrekend geweest waar het gaat om de uitleg van een bepaling in een overeenkomst of contract. In deze zaak had partij Ermes aan partij Haviltex een machine verkocht voor het snijden van piepschuim. In de koopovereenkomst was opgenomen dat Haviltex de machine tot het einde van het jaar mocht teruggeven. De koopovereenkomst zou dan ontbonden zijn en Haviltex zou het door hem betaalde bedrag terugkrijgen.

Welnu, u voelt het al aan komen. Voor het einde van het jaar besloot Haviltex de machine terug te geven en wilde zijn geld terug. Ermes was het daar niet mee eens. Volgens hem zou Haviltex wel een goede reden moeten hebben om de machine terug te geven. Je kunt toch niet zomaar de koopovereenkomst beëindigen. Maar in de koopovereenkomst was niet opgenomen dat Haviltex een goede reden moest hebben. Het klinkt aannemelijk en waarschijnlijk was dat ook de achterliggende gedachte, maar het stond niet in het contract! Ermes liet het er niet bij zitten en wendde zich tot de rechter.

Uiteindelijk moest de Hoge Raad zich uitlaten over de vraag of de machine zonder goede reden teruggegeven kon worden. Nee dat kon niet zomaar, oordeelde de Hoge Raad. Bij een uitleg van een schriftelijke overeenkomst is het niet genoeg om alleen maar naar de taalkundige betekenis van de tekst te kijken. Ook moet gekeken worden naar welke betekenis de partijen aan de tekst gaven en wat ze over en weer van elkaar mochten verwachten. Kortom, wat was de partijbedoeling bij het sluiten van de overeenkomst? De zuiver taalkundige betekenis van een afspraak in het contract geeft in zijn algemeenheid wel een stevige indicatie van wat partijen bedoeld hebben, maar het is dus niet van doorslaggevend belang. En dat is maar goed ook.

In de praktijk kom ik regelmatig contracten tegen waarin afspraken niet duidelijk zijn vastgelegd. Een onduidelijke afspraak is voer voor juristen en creëert voor partijen een reden om naar de rechter te gaan. Ieder leest het zijne in de bepaling. Het is dan aan de rechter om dan te beslissen (c.q. vast te stellen) wat partijen bij het sluiten van de overeenkomst hebben bedoeld. De rechter zal dan gaan “Haviltexen”.

Zo terugkijkend, is het bijzonder om te zien hoe de partijnaam “Haviltex” is getransformeerd tot een veelvuldig binnen de rechtspraak gebruikt werkwoord. Dat had Haviltex zich toch niet bedacht toen hij zijn machine wilde teruggeven aan Ermes. Ik meen dan ook dat “Haviltex” best een nominatie voor het Van Dale Woord van het Jaar 1981 had verdiend…

(Dit artikel is gepubliceerd als column "Wijzer Scheveningen" in De Scheveningsche Courant van 10 januari 2018.)

Deel deze pagina:

Contactpersoon