Slechte financiële positie overtreder: afzien van dwangsominvordering?18 april 2018

Als een bestuursorgaan overgaat tot de invordering van geldbedragen in een handhavingsprocedure spelen daarbij alle relevante omstandigheden een rol, waaronder de financiële positie van de overtreder of een samenloop van handhavingsbesluiten van andere bestuursorganen. Het bestuursorgaan hoeft niet zelf te onderzoeken of zulke omstandigheden aanwezig zijn. Het ligt op de weg van de overtreder om de aanwezigheid van relevante omstandigheden aan te tonen. Dit volgt uit een conclusie van de staatsraad advocaat-generaal Wattel van 4 april 2018 (ECLI:NL:RVS:2018:1152).

Aanleiding

De conclusie van de staatsraad advocaat-generaal is genomen op verzoek van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State in een handhavingszaak. Deze handhavingszaak ging over een importeur van afval die in strijd met de toepasselijke wet- en regelgeving afval had vervoerd en opgeslagen. Om de overtreding te beëindigen legde de staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat een last onder dwangsom op. Toen bleek dat deze last geen effect had legde de staatssecretaris vervolgens een last onder bestuursdwang op.  Zowel de door de importeur verbeurde dwangsommen als de kosten van bestuursdwang werden ingevorderd. Dit laatste wordt kostenverhaal genoemd.

Relevante omstandigheden

De importeur voerde in bezwaar en beroep aan niet in staat te zijn om de dwangsom en kosten van bestuursdwang te betalen. Daarbij is relevant dat de importeur wegens dezelfde opslag van afval ook dwangsommen moest betalen aan de gemeente Hardenberg. In hoeverre moet met dergelijke omstandigheden rekening worden gehouden?

Volgens de staatsraad advocaat-generaal moet een bestuursorgaan bij de invordering van geldbedragen met alle relevante omstandigheden rekening houden. Relevante omstandigheden zijn onder meer de financiële draagkracht van de overtreder en een samenloop van herstelsancties. Het uitgangspunt is daarbij dat het bestuursorgaan in ieder geval rekening houdt met de omstandigheden die bij hem bekend zijn. Voor het overige ligt het op de weg van de overtreder om aan te tonen met welke andere omstandigheden naar zijn mening rekening moet worden gehouden. Bestuursorganen hoeven dus niet op eigen initiatief onderzoek te doen naar de aanwezigheid van zulke omstandigheden.

Matiging of afzien van dwangsominvordering of kostenverhaal

De overtreder kan door het aantonen van relevante omstandigheden de redelijkheid van dwangsominvordering of kostenverhaal in twijfel trekken. Dit kan hij doen in bezwaar of beroep tegen een last onder dwangsom of een last onder bestuursdwang. Als de overtreder tegen de oorspronkelijke last geen bezwaar heeft ingesteld, dan moet hij naar de mening van de staatsraad advocaat-generaal de mogelijkheid hebben om alsnog de redelijkheid van dwangsominvordering of kostenverhaal in een procedure tegen een invorderings- of verhaalsbeschikking aan de orde te stellen.

Als blijkt dat invordering of kostenverhaal onder bepaalde omstandigheden onredelijk is dan kunnen aan die conclusie verschillende gevolgen worden verbonden. Een bestuursorgaan kan dwangsominvordering of kostenverhaal matigen of zelfs geheel van invordering of kostenverhaal afzien. De staatsraad advocaat-generaal stelt dat matiging of afzien van dwangsominvordering vaak meer voor de hand ligt dan matiging of afzien van kostenverhaal. Hij voert hiertoe onder meer aan dat kostenverhaal vergelijkbaar is met een schadevergoeding wegens onrechtmatige daad. Het niet verhalen van de kosten levert een financieel nadeel op. Dat financiële nadeel bestaat niet in het geval dat wordt afgezien van de invordering van een dwangsom.

De staatsraad advocaat-generaal stelde zich in de betreffende zaak op het standpunt dat de staatssecretaris de dwangsom kon invorderen en de kosten van bestuursdwang kon verhalen. De overtreder zou geen bijzondere omstandigheden aannemelijk hebben gemaakt. Wel werd voorgesteld de boete te matigen vanwege de samenloop met een dwangsom van de gemeente Hardenberg. Het zal in deze zaak niet tot een einduitspraak van de Afdeling komen, nu kort na het uitbrengen van deze conclusie het beroep is ingetrokken.

Vragen?

Wilt u weten wat de conclusie van de staatsraad advocaat-generaal mogelijk betekent voor uw handhavingsprocedure? Heeft u andere vragen over handhavingsbesluiten? Neem dan vrijblijvend contact met ons op.

Deel deze pagina:

Contactpersoon